De fanaat
Zijn laken staat stijf van het zweet in zijn kop dreunt het onafgebroken zijn hersenpan is aan het overkoken en om hem heen wordt alles zuur en heet zijn tanden knarsen, zijn nek doet pijn terwijl hij maalt en door blijft malen kermt in hem de angst om weer te falen en hij brouwt van ...
mijn pen
ik schrijf over niets en mijn pen viel net ik slaak derhalve een luide, echoënde vloek geloof het of niet, hij ligt tussen het bed en de muur, ergens achter de plint, ik zoek hem morgenochtend wel, als het daglicht is teruggekeerd, en ik weer mezelf ben nu voltooi ik zonder seriefen dit gedicht - ...
twintig
we gaan tijdreizen, naar haar twintigste verjaardag, of terug, naar toen wij twintig waren zwelgen daarin, dat is een oud recept tegen de neerslachtigheid alles is nu, altijd, nergens ze huilt en ik weeg haar schoentje in de palm van mijn hand en glimlach twintig jaar lang
hel
we mogen even in deze zwerende hel verpozen elkaar betasten, bezoedelen, of minnekozen soms roept er iemand: zie je nu wel, wij zijn het zelf, het zweren van de hel
Socrates I: strop
ik ben, ziet u, nogal filosofisch aangelegd in overpeinzing wandel ik op het schavot met een knipoog voel ik even aan m'n strot dan haal ik adem en zeg wat moet gezegd de strop zal ik dragen als een lauwerkrans en jullie veroordeling is mij een vreugd te hangen voor dwazen is welhaast een deugd ...
Socrates III: electrische stoel
Hier zit ik dan, op mijn filosofen-troon de bedrading is aangelegd, omsloten het vlees het oppervlak van mijn gedachten, dat ik toon doet uw goden duizelen, omdat ik hen niet vrees Mijn gelijk zal tot het einde blijven groeien mijn vlees is het brood, dat u verbranden moet ik hoop dat u niet met de ...