De afgunstige
Hij vindt geen rust voordat hij heeft verzonnen hoe de anderen, allemaal, hebben wat hij niet heeft jaloezie is plakkerig: alles in zijn geest kleeft van ellende aan elkaar als bezeken nachtjaponnen Het is onbegonnen werk, het blijft in hem branden de afgunst zit diep, hij neemt chemische kleuren aan en wanneer hij schreeuwt dat ...
Ad
Ad was scherp in het debat hij was ad rem maar helaas voor hem zijn onderwerp was hij zat de ouwe dwaas hij zoop zich klem en kroop dan ladderzat achter 't stuur 't zat niet mee hij had de pech er stond een muur op de weg Ad kwam in een zee van vuur ...