Echt erge ellende (wat is: slechte poëzie?)

Het literaire online-magazine Platform Plee, opgericht door Dirk Vekenmens en kornuiten, presenteert de lezer “literatuur en ergere ellende”. Ik ben er zelf vanaf het begin bij betrokken en dump er regelmatig de ellende die ik tegenwoordig produceer. Het is nog te overzien in z’n misère.

Gans anders is het gesteld met teksten die ik voor ruwweg 2012 schreef. Wanneer mijn huidige poëmen enkel m’n kaken scharlakenrood kleurt, veroorzaken de onderstaande taaluitingen buikpijn, kortademigheid en diepe melancholie.

Confrontatie is de enige weg voorwaarts en kan alleen maar leerzaam zijn, alors on y va:

ik rap over haar haar yo moet je weten
zo lang en zacht dat ik al begin te zweten
als ik denk hoe ik het strelen mag
zo zacht zo lief weetjewel, als de raad van de dag
de dageraad met de zon diep aan de horizon
de rand van ons bestaan yo hoe het begon

Rijmelarij is op zich niet erg, maar dit is namaak. Kwalijker wordt het wanneer een gedicht pretenties heeft en deze deze halverwege volledig om zeep helpt:

het masker

kunstig gesneden ligt het bereid
licht verschoten, op een smalle tafel
een grimas en een bedroefd gelaat
het masker tekent, wie hem draagt

beschaafd wacht het tot het wordt
voorgevoerd, tekens van slijtage
ouderdom, problemen met het
elastiek – een maskerleven

wat zou het masker verlangen als het
kon? Dat ooit nog iemand zijn
tong uitsteekt door het gat van zijn
mond. Geschminkt te worden

Als het tijd is draagt men het masker
voor de lampen
laat hem belichten en belachen
gerimpeld het masker weet wat komt.

zorgvuldig teruggelegd wordt het
in de requisietenkamer – men is tevreden.

Dit is dus écht slechte poëzie. Gerrit Komrij was voor zover ik me herinner de enige die dat gewoon tegen me zei, zodat ik verder kon. Want het kan vele jaren duren voordat we inzien hoe tenenkrullend slecht iets is. Neem het volgende ‘gedicht’:

grijs

inverse kraamkamers waar de ouden wonen
langzaam verdrogen en dan ondergaan in
de stroom van hun herinneringen.
wat is mooi? dat de herinnering ook een beetje
verdroogt: dat een kleine verwarring het nu
in de herinnering mogelijk maakt.

Er bestaan internetfora waar zoiets wordt geprezen. Wat het zo onwaarschijnlijk slecht maakt? Het beeld van inverse kraamkamers is niet mooi en wordt niet goed gevolgd. Wat het gedicht probeert te zeggen is dat de onvolmaaktheid van herinneringen ze levendiger maken, of zoiets. Er is duidelijk geen aandacht besteed aan de woordkeus of de verdeling van de woorden over de regels. Het is een triviaal aforisme, verkracht door regelomhalen. Maar het kan nog erger:

haast
door de haast worden gedachten vlakker
alles klopt zo ongeveer en lost dan snel weer op
snel woelen ons de korste gedachtenflarden
om de lustelooshied te verdrijven door de kop
geen tijd bij een diepere gedachte te volharden

En waarom ook. Waarom de diepte in?
om onze lust naar waarheid op te sporen
opgewonden onder de gedachten naar het blijvende te boren
fanatiek te worden en verbeten?
om tenslotte onze ernst met die van de dood te meten?

Diepzinnigheden zoals de laatste regel zetten tot braken aan. Dit gedicht is echt doffe ellende. Rijmdwang met kop en volharden, sporen en boren, verbeten en meten. Haarsträubend. Wat er gezegd wil worden is weer een triviaal aforisme, in de trant van “neem het leven niet zo serieus want de dood, de ontkenning van het leven, is al serieus genoeg” maar de manier waarop dit hier wordt verwoord ontbeert eigenlijk alles wat er poëtisch te ontberen valt. Braakt u al? Nee, het volgende vers kan ik patenteren als emeticum:

mysterie: bewuste wezens verlangen naar elkaar
-verlangen naar wat hen ontbreekt
bewustzijn is een symbolische daad
afwezigheid betekenis te geven

Het kind bij de rivier
die helder aan zijn voeten stroomt
huilend

Weer zo’n saai aforisme. Misschien merkt men dat de auteur dit jarenlang ná zijn afstuderen in de filosofie schreef. Het berust op onduidelijke antropologische speculatie, maar je merkt dat de auteur zich niet echt voor z’n onderwerp interesseert. Hij schrijft snel iets neer in de stiekeme hoop dat anderen hem daarom prijzen. Het beeld van het kind bij de rivier, waarbij de rivier of het kind huilt omdat alles stroomt en vergaat, zou een bouwsteen kunnen zijn, maar deze woorden zijn mijlenver af van wat eventueel een kladversie van een gedicht zou kunnen zijn.

Over mijn luiheid

ik voel me wakker worden
geleidelijk dringt het daglicht in mijn dromen
die ik met tegenzin onderbreek.

ik blijf mijn luiheid haten
vrees mijn lichaam dat hem de luiheid steeds weer brengt
durf het niet aan te raken
deze gebrekkige behuizing

dat trillende vel, die verdraaide ogen
zeiknatte rug, de wereld niet opgewassen

blijf dromen mijn vriend
ik zal je plaats bewaken
en je dromen voortzetten
ik zal je graf bewaken

Onverzorgd in iedere regel. Wat er gezegd moet worden is iets over het recht op dromen, zelfs na de dood. Onzin dus. De gebrekkige behuizing van het lijf wordt niet goed uitgewerkt. Het trillende vel en de verdraaide ogen kunnen eventueel aanzetten tot iets poëtisch, maar dat is hier absoluut nog niet zichtbaar.

een tondeldoos, schitterende vonkenregen
zwaveldamp omwaait jouw adem en verlegen
glimlach je in het licht van de gaslantaarn
sneeuw ligt van hier tot de Bilt tot Baarn

Tussendoor. Dit soort dingen kunnen best, maar dan moeten ze wel goed lopen.

kroniek van een liefde
woorden lijken verdomme mijn blaas
te vullen pissen wil ik, pissen met harde stralen over
bloemperken en lelietjes-der-dalen ik wil het niet meer ophouden
onze woorden, toen ze ons nog warm op de lippen lagen
heb ik aanbeden als een ziek dier
brouw me nu mijn pis
ik wil niet meer mijn liefde
verkwisten
pissen wil ik verdomme, en het perk bevruchten
waar een woordloos orchidee moet groeien
en pisbloemen
voor jou

Hier mag je je afvragen wat de pisbloemen zijn. Onnauwkeurig in z’n boosheid (dat kan worden vergeven). Het gedicht hapert vooral in de overgang. “Brouw me nu mijn pis” als oproep aan de blaas is eventueel uitgangsmateriaal. Maar poëzie is dit zeker niet.

Giraffe

Tevreden bekijkt hij achter zich het volbrachte
het ligt er precies zo moet het zijn. Zo af!
Het mag niet meer aangeraakt worden door een gedachte
hij moet zijn nek kort houden hij is toch geen giraffe!

Ook dit is een goed braakmiddel. Het slaat nergens op. Of neem het volgende gedicht:

Sammy got the blues

een kleine jongen went niet aan het koude water
dat zijn warme lijf bij de zwemles draagt
hij spartelt en proest en later
wordt hij om zijn rillend vel geplaagd

nadat hij zich heeft drooggewreven
verwoed en klappertandend
met het ruwe katoen

gaat hij naar huis, op een fiets die
drie spaken mist, en een gat heeft
in het zadel.

Het beeld van de zwemles is niet slecht, maar de frasering is erbarmelijk. Het is een minimalistisch gedicht, en dat mag best. De beelden zijn alleen niet sterk genoeg en onnauwkeurig. Dat geldt ook voor het volgende vers (ik ga door tot uw maag helemaal leeg is):

De stier

af en toe maakt de staart een vliegenslag

er staat een reusachtige kolos van spieren
die staat er gewoon. een kolos. pure kracht.

mensen, wat is dit?

dit is geen wachten, de hoeven in het
kaalgetrapte gras geen sporen

en de ruwe tong die schuurt
over het enorme veld

doet niet aan kwijlende verwachting

dit is leven: huid en haar en spieren

je zou hooguit kunnen zeggen
dat het leven geduldig wacht
tot de stier omvalt

Weer die dommige quasi-diepzinnigheid. Dat dieren in de wei niet wachten maar ‘in het nu’ leven, dat wij het zijn die wachten (en dus niet het leven) is een triviale observatie, en meer dan die observatie heeft dit gedicht niet te bieden. Een ster van de vijf. De spierkolos had indringender beschreven moeten worden voor twee sterren.

Vast

We moeten ankerpunten scheppen
of desnoods ons vastzuigen aan de tijd

hoewel ik dat weer zo abstract vind klinken

herinneringen zijn een mooie bedrijfstak voor kruideniers
ze verkopen zo goed op sterk water, met een hippe naam in vakjargon

zie je de winkelwagens waar klanten hun munten in frotten
in de hoop straks daarbinnen iets op de kop te tikken?

zie je het bleke kale mannetje dat mompelt en knikt
en met een witte lach onze ankerpunten verijdelt?

we moeten spitsvondig zijn:
steek je neus in de wind en
dicht warm de ijle lucht achter je

Weer iets over de tijd, waarin de auteur de zelfreflectie heeft over zijn abstracte versjes. Dat is lovenswaardig. De herinneringensupermarkt is echter te zwak en ondoordacht. Die ankerpunten zijn ook helemaal niet uitgewerkt, terwijl het best leuk had kunnen worden. “De ijle lucht achter ons / warm dichten” is een poëtisch program. Als geheel is dit gedicht waardeloos. Maar ik schreef het als volwássene, met een volwassen bewustzijn. Ik kan er niet over uit. Ik vermoed dat ik het woord ‘ankerpunten’ toen mooi vond en op autistische wijze gebruikte, zonder erbij stil te staan dat de lezer geen idee heeft. Ik had een cursus moeten doen, al vrees ik dat cursussen de lust aan poëzie ook kunnen bederven.

voel je niet hoe we zware blokken
op onze gloeiende slapen drukken

de tijd rukt op

wie je bent
wil de tijd weten
en ze heeft zo haar methodes

je bent niet haar metgezel
noch haar slaaf of meester
je bent haar experiment

de tijd rukt op

maar wie je bent
dragen de anderen
achter hun glimlach

Een ander tijd-gedicht. Dat we experiment zijn van de tijd zal best, maar dan moet het gedicht zich daarop concentreren en het met een paar sterke beelden zeggen. Dat de anderen achter hun glimlach dragen wie wij zijn is niet eens zo gek beschreven, dat zou een klein motto kunnen zijn of misschien ooit onderdeel uit kunnen maken van een echt gedicht.

5.
de klok mist een wijzer en lijkt zowat stil
te staan, leven is gebrek aan morfine
het hele gewauwel, en af en toe een gil
maar de tijd tikt op een schrijfmachine

De auteur was kennelijk gefascineerd door tijd. Hij dacht ik schrijf dat woord gewoon op dan is het vanzelf een diepzinnig gedicht. Wat een ellende was ook dit vierregelige gedrocht. Leven als gebrek aan verdovende middelen opvatten is tot daaraan toe (en zou in een professionele context nog tot iets kunnen leiden) maar dat de tijd tikt op een schrijfmachine, alleen maar omdat het rijmt, is ontzettend slecht gezegd.

En zo, beste lezer, wil ik dat slechte poëzie van kritiek wordt voorzien. De auteur schiet er ontzettend veel mee op want hij hoeft niet tien jaar te wachten tot hij zijn eigen criticus kan spelen.

Geef een reactie