Meditatief klussen II

Vanwege de reacties van een aantal tevreden lezers gisteren, waarvoor bij dezen hartelijk dank, heb ik besloten om een vervolg te schrijven op mijn stuk over meditatief klussen. Kijk, mensen worden ergens om herinnerd: een boek, een handige uitvinding, een prachtig stuk muziek, een welluidend citaat, de zorg voor hun gezin. Wanneer het concept van meditatief klussen ooit de bekendheid krijgt die het verdient, zal ongetwijfeld een goed gefriseerde jongeman zich als de bedenker opwerpen, maar er zal altijd een excentrieke journalist te vinden zijn die brood ziet in het ontdekken van de echte oorsprong. Deze journalist zou mij dan opbellen, ik zou hem uitnodigen op de koffie en hij zou een diepte-interview afnemen. Kamiel Choi, grondlegger van het meditatief klussen.

Kamiel vertelt dat het meditatief klussen begonnen is als een remedie tegen zijn neurotische basishouding, zou de journalist opschrijven. Door praktisch bezig te zijn en ‘een enorme hoeveelheid’ foutjes te maken en deze zichzelf vervolgens te vergeven, werd hij rustiger en voldaner. ‘Dat leger van foutjes en dat spervuur van vergiffenis, dat is het mooiste wat er is, je kikkert er echt van op!’, zei hij. Laten we hem weer zelf aan het woord.

Dat kan met deuveltjes, maar ik heb het al vastgeschroefd, er moet toch een mogelijkheid zijn? Niet gaan wrikken nu. Als je het lastige deuveltje er van opzij inschuift klemt het te veel, maar als je er een groeve voor maakt dan glijdt hij er zo in. En die groeve wordt later onzichtbaar want hij bevindt zich op het lijmvlak. Weer een klein trucje dat ik zelf heb bedacht, dat is ook wat waard. Snel het groefje boren met een gewone boor en jawel: die schiet uit en krast op de muur. Dat is gewoon gebruiksschade. Boor rustig aanzetten, dit moet toch lukken. De gaatjes waren verkeerd voorgetekend en ik staarde naar mijn werkstuk. Dit soort momenten zijn het belangrijkst bij meditatief klussen. Ik liet mijn geest ver afdwalen en keek naar de boorgaatjes, die een halve centimeter te ver naar links waren gemaakt omdat ik ze verkeerd had afgetekend. Ik glimlachte. Hallo, gaatjes. Na ongeveer vijf minuten pakte ik de accuboormachine weer op (ik zal niet liegen: het is een accuschroevendraaier omdat ze bij de kringloop niet anders hadden en het moet en zal goedkoop) en boorde de gaatjes op de juiste plek. Het plankje paste precies en het beeldscherm waar ik nu naar kijk staat nu op een ergonomisch verantwoorde hoogte.

De schuurband van de bandschuurmachine was kapot gegaan. Dat betekent dat een aantal klussen on hold komt. Dat is ook een belangrijk ‘leermoment’ zoals de volksmond zegt. Ik moet iedere keer leren dat het oké is om die klussen uit te stellen. Het zijn mijn klussen, het is mijn materie. Wanneer je er tijdens je formatieve jaren (nu heb ik zin om een lange Dickens-zin te schrijven) bent blootgesteld aan cynische neerbuigendheid en sarcastische gaslighting, tijdens die ongelukkige confrontaties die nu eenmaal horen bij de adolescentie, krijgt, aangezien materialisme de hoeksteen was van het gezinsleven in die tijd, de materie een vijandig karakter, als iets waaraan je je kunt vergrijpen of iets dat je voortdurend op de proef stelt, niet iets dat je lief kunt hebben en dat zich omgekeerd graag blootstelt aan de beproeving, omgevormd te worden door jouw karakter. Het is hetzelfde liedje: de dingen bestaan niet om onze fouten of de afwezigheid daarvan te registreren maar om de schoonheid van ons karakter te communiceren.

Dat is een belangrijk punt. Spullen die we bezitten omwille van de aanzien die ze verschaffen, registreren onze positie op de sociale ladder, zetten ons af tegen anderen. Spullen die we zelf omvormen door te klussen (wat een heerlijk, uniek Nederlands woord is dat) geven bedoeld of onbedoeld uitdrukking aan ons karakter. Op die manier kunnen we ons tijdens de contemplatie richten op onze zelfliefde. Dat karakter van jou, dat je daar in die gammele stoel tot uitdrukking brengt, houd je daarvan? Ik weet het niet, dat leer ik, daarom ben ik meditatief aan het klussen. Zo begrijp ik de betekenis van die gammelheid. Misschien kan ik haar verhelpen door een dwarshoutje te plaatsen, een creatieve oplossing die het werkstuk asymmetrisch maakt en ‘niet zoals het hoort’. Maar je hebt het probleem zo op je eigen wijze opgelost, en daar mag je trots op zijn.

Op die manier wekken we die trots op. Wir kitzeln den Stolz heraus. We praten tegen het werkstuk en vinden de juiste balans – niet de balans die ons wordt opgelegd van buiten, maar de balans van ons eigen karakter. Eigenschappen waar we vaag en vaak lacherig over praten, “ik ben een chaoot”, “ik ben verlegen”, “ik ben Pietje precies”, “ik ben ongeduldig” komen tijdens het klussen tot uiting, geheel zonder oordeel. Het is aan jou om het werkstuk te beoordelen, het is aan jou om je bewust te worden van karaktereigenschappen die je wilt veranderen. Wanneer je het voor je ziet staan in de vorm van een houten (of stenen, of kartonnen, of metalen) object, en je bent alleen met dat object en de stilte, begint zelfverachting te smelten. Dat lullige ongeduld, dat ligt daar voor me, dat zijn die verkeerd geboorde deuvelgaatjes. Hoi, deuvelgaatjes. In jullie verstop ik mijn haat en dan plamuur ik jullie dicht. Want het klussen gaat altijd door, bedenkt dat we het als een stroom opvatten: juist daarom zijn we meditiatief gaan klussen en niet meditatief aan autorijden of bowlen (hoewel de dude daar anders over denkt).

Dit tafelblad kunnen we toch wel even snel bevestigen, kijk ik vind latjes die precies passen. Voorboren. Afmeten, zeveneneenhalve centimeter tot de rand van het blad, 16 in de lengterichting, wacht wel de goede kant van de winkelhaak aflezen, ai nu is het onderstel weer verschoven, enkele millimeters dat zie je niet, daar gaat het niet om, het gaat om dat je het kunt. Toch weer bewijzen, dat zouden we toch achterwege laten? de latjes klemmen precies in het onderstel, een leuk toeval. Toeval tijdens het meditatief klussen is belangrijk. Hoe beter ik het in mijn werkstukken kan (en wil!) integreren, hoe fijner ik me voel. De latjes die precies op het onderstel van de salontafel pasten, kwamen van een loodzware eiken salontafel die ik uit elkaar had gehaald. Het unieke karakter van bijna alle werkstukken is het gevolg van een cyclus van foutjes, herstel en toevalstreffers. Het is geen intelligent design, althans niet helemaal.

Samenvatting:

  1. Het is belangrijk om kluswerkzaamheden die nog niet af zijn te laten liggen. De werkstukken hebben, net als jij, niets om zich voor te schamen. Integendeel: fier zullen ze de nacht doorstaan, tot jij morgen oordeelt of en hoe ze verder bewerkt worden
  2. Het toeval omarmen. Vaak passen houtrestanten precies in een ander werkstuk, of heb je exact de hoeveelheid verf over om een secundair werkstuk mee op te vrolijken. Die toevalligheden kom je in het echte leven ook tegen, en zou het niet heerlijk zijn wanneer we die daar net zo liefdevol kunnen omarmen als we dat tijdens het klussen doen?
  3. Tussendoor opruimen. We moeten de metaforische vloeibaarheid niet overdrijven. Wanneer je alles netjes opruimt, schuurpapier sorteert, zaagsel opveegt, kwasten afspoelt, tem je de heksenketel waarin je alles tegelijk wil mieteren in de hoop dat het sublieme eruit komt. Je wisselt dat hysterische, kinderachtige in voor kalme, gestructureerde persoonlijke ontwikkeling. Heel verfrissend.

Geef een reactie