De frustratie van links

Ik las vandaag een uitstekend artikel over het fenomeen deugen van Joris van Os, dat inhoudelijk en taalkundig met kop en schouders uitstak boven de vunzige riooljournalistiek waarin het op TPO was ingebed.
Onze auteur reageerde op de volgende idiote stelling van een activiste “Als een blanke een zwarte iets aandoet is het racisme. Omgekeerd is het gerechtigheid” met de terechte opmerking, dat het ook best iets minder zwart-wit zou mogen. Zelfs temidden van de ondraaglijke putlucht van ‘s lands meest abominabele nieuwsvod, slaagde het eloquente epistel erin, een wasem van frisheid en zelfs een geste van intellectueel engagement te verspreiden. En dat helemaal gratis en voor niks. Chapeau, chapeau voor de “Post Online”!

Afbeelding tpo.nl

Uit de biografie van van Os blijkt onmiddellijk waar de man zijn expertise vandaan heeft gehaald. Zijn relaas over de oorsprong van Links en Rechts, de markies de Sade die veroordeeld werd wegens gematigdheid omdat hij de guillotine te ver vond gaan leest als een trein. Cherrypicking natuurlijk, en geen historische wetenschap, maar dat is hier allemaal te rechtvaardigen. Men kan de internettrollen, die de heer van Os op afgrijselijke wijze door het slijk hebben gehaald alleen met gelijke munt terugbetalen.

Van Os citeerde na een geslaagde excursie naar de Franse Revolutie en de Sade een psychologische borreltafelwijsheid, opgetekend in Psychology Today: elke deugd draagt de kiem van zijn eigen vernietiging in zich.” Een inzicht dat we natuurlijk al van Aristoteles kennen, dat hier wordt toegepast op de deugd van het Grote Gelijk: “als de Franse revolutie ons iets geleerd heeft, dan is het dat niets zo smerig, verwoestend en despotisch kan zijn als het Grote Gelijk.”

Het klinkt allemaal heel logisch: de linkse extremisten op het internet, in Hamburg of waar dan ook moeten zich matigen, om zichzelf leren lachen en gevoelens van gezonde zelftwijfel niet onderdrukken. Driewerf ja!

Toch denk ik dat de oorzaak van de linkse frustratie niet zozeer de wereld betreft, waarin ze leven, maar het bewustzijn dat ze een schijngevecht leveren. Dat ze niet écht radicaal kunnen zijn, zoals de Joden tijdens de Opstand van Warschau. Dat hun geweten het nooit zal toelaten dat ze echt oorlog voeren tegen de bankiers op de Zuidas. De ware frustratie van links is dat ze niet echt radicaal kunnen zijn. En dan krijg je dit soort geschreeuw:

Waarom dan al dat geweld in Hamburg en Charlottesville, om maar te zwijgen over het internet? Wel: ze laten zich meeslepen, het zijn ook gewoon mensen. Ze geven zich over aan een vernietigingsroes en maken Starbucksen en Mercedessen kapot of slaan op iemand in die een rechtse leus scandeert. Er zit geen systeem achter. Ze staan mijlenver af van de radicale jihadi, de jongens en meisjes van de RAF, de ETA, de IRA, of andere fundamentalisten. Hoe weet ik dat? Als ze echt in hun linkse oorlog zouden geloven, zou het straatbeeld er anders uitzien: meer uitgebrande auto’s.

Dat ze diep in hun hart weten dat het geen oorlog is, daar zit de ware frustratie van extreem links. De gematigdheid zit in hun botten en ze zijn stiekem heel erg onzeker. Het probleem is alleen dat ze door al die frustratie buitengewoon onplezierige gesprekspartners zijn.

Geef een reactie