Cursus gedichten verbeteren #42

Welkom allemaal, bij de 42e editie van onze cursus. 42 is het antwoord op alles, volgens Douglas Adams. We snijden dan ook een onderwerp aan dat universeel verbroedert: muziek. Het uitgangsgedicht is een goedbedoeld kladje over Bach en jazz. Het is verbeterbaar omdat het sentiment herkenbaar en interessant is.

ik heb in vader Bach mijn strandstoel uitgeklapt
de zee jazzt tegen het zand

deze klanken komen van verre
ik rol me in hun oorsprong

het rollende roept de wereld
tot ordening uit

ik luister en mijmer
mijn leven is een fuga
van oordelen en vergissingen

een wisselwerking
van gedragenheid en swing

in ritme glimt de glorie van de geest

geef me herhaling

geef me de kosmos als klankenspel
dat strandstoelt in zee

Het beeld in de eerste regel is idiosyncratisch. Een lezer mag hier zijn schouders ophalen. Hoe komen we erachter of het beeld werkt? Een enquête? Denkt de lezer aan de Mattheuspassion, de cellosuites, de Brandenburger concerten, de partitas voor viool? Ziet hij een ligstoel op een notenbalk staan, met een parasol ernaast? Heeft het zin om zo’n regel te schrijven? Misschien moet die zin in de rest van het gedicht duidelijk worden.

Het is nu echt een gedrocht (ik vraag me af hoe de auteur het ooit uit zijn pen kreeg) waarin een vage kosmologie wordt beschreven met een paar losse flodders. Voorkom losse flodders! luidt het devies van vandaag. Wat kunnen we eraan doen? Bedenk het perspectief, leef je in in de persoon op die strandstoel en zijn overpeinzingen. Het is een gevoel, geen theorie. Dit gedicht probeert te zeggen ‘hoe het is’ en leest daarom buitengewoon saai en vermoeiend. Niet dat de metafoor van ‘het leven is een fuga’ niet mag, het is op zich een mooi beeld dat goed de door elkaar lopende beslommeringen illustreert. Maar het werkt niet wanneer in een opsomming wordt gepresenteerd. Moet de lezer heel hard gaan klappen? Oh, dat had ik zelf niet kunnen bedenken. Wat góed, wat ontzettend góed is dit…

Neen. Schrap de ‘glorie van de geest’, schrap ‘het leven is’, schrap de wisselwerking, schrap de herhaling. Blijf je beeld trouw.

 

, Kom, rijm
Afbeelding welltemperedclavier.org


ik heb in vader Bach
mijn strandstoel uitgeklapt

 

zijn twee regels. We moeten letten op de “Kunst der Fuge”, hoe we in het gedicht bijvoorbeeld verderop een tweede stem introduceren. De ‘ik’ die de strandstoel uitklapt moet verderop zijn opgelost in de muziek. Dus niet ‘ik hoor’ maar iets anders.

jazz rolt op het strand (‘op’ is dubbelzinnig; hebben we het woord jazz nog expliciet nodig?)

want daar hoor ik zulke mooie muziek! die

, Kom, rijm
Photo @_Nature_Scenes

roept de wereld tot ordening uit (? niet te geforceerd! hoezo doet de jazz dat?)
en ordening rimpelt in de tijd / oorsprong ritme / legato en swing

 

een erbarmen / zwemt door mijn hart

ik luister naar een fuga van oor / delen en vergissingen (de fuga niet van mijn oordelen en vergissingen, die zijn slechts symptomen van een dieper gebeuren, op Oosterse wijze gedacht)

de kosmos is klankenspel (ja, en?)
de zee is veeleisend, mijn kleine kosmologie (mogelijke titel, dan kan het verder impliciet blijven?)

een walvis slaapt onder de golven (interessant: de bultrug is een bewuste ademer, anders dan de mens)

vader Bach, lacht,
alles vliedt  (ja dat doet het, dank u voor de mededeling)

Dit is wat we er uiteindelijk van maken:

kleine kosmologie

ik heb in vader Bach
mijn strandstoel uitgeklapt

klanken rimpelen het zand
mijn oorsprong krijst, ongepast,
in de orde,

een erbarmen zwemt door
het hart, wees stil

onze naasten
slapen al en alles

vlucht, maar langzaam
naar de stille rimpeling

hoor! een walvis slaapt in de golven
hoor het ademen, het water suizen
door de baleinen

de zee is veeleisend
vader Bach, lacht

Er is nu veel meer te beleven in het gedicht. Het is een stuk fijner, gevoeliger geworden. Jazz is nu aanwezig in het lachen van J.S. Bach. Fuga in ‘vlucht’ en het ritme van het gedicht zelf (hopelijk). De existentialistische ervaring van de luisteraar maakt hem zorgzaam en teder bewust van de eindigheid. Zien jullie nu waarom het uitgangsgedicht troep was?

Ik schreef elders trouwens over een tiental jazz songs die me recentelijk bevallen. Maar vertel eerlijk. Is het gedicht nog te kaal? Weet het een snaar te raken? We horen het graag!

 

 

Geef een reactie