Oostkust

Ik bezocht met mijn dochtertje de stad Gangneung, een plaats aan de oostkust van Zuid-Korea. In 2018 vinden er een aantal disciplines plaats in het kader van de olympische winterspelen van Pyeongchang. Het is een historisch stadje met een prachtig strand, een meertje en een ruige bergketen die er als een verbroken parelsnoer omheen ligt. Helaas werden de historische tempels overschaduwd door foeilelijke moderne gebouwen en was de stad volledig ingericht voor automobielen, maar dit mocht de pret niet drukken toen ik met mijn kroost van het busstation naar de zee marcheerde. Ik had me lelijk vergist in de afstand en bij invallende schemering werden we door een vriendelijk stel leraren meegenomen naar de plaatselijke 24-uurs sauna/spa, een mijn favoriete features van dit land.

We waren naar het pittoreske vissersdorpje aan de oostkust afgereisd omdat het ons een leuke plek lijkt om te gaan wonen. Ik had me verkeken op de grootte van het stadje en de schaal van de kaart. De romantische steegjes bleken brede autowegen te zijn en het ingeslapen stadje aan zee was een industriële moloch die 24 uur bezig is zichzelf te overtreffen. Ik voel niks voor een leven in het centrum van zo’n stad, waar de fijnstof uit China nog wordt aangevuld met de autochtone dieselwalm. Liever wonen we in een dorpje een eindje erbuiten, fris en vrij aan de voet van het imposante gebergte. Maar dit is een dicht bevolkt land en mooie plekken zijn schaars.

De spa was van goede kwaliteit: goede temperatuur en chemische samenstelling van het bronwater. Ik hou van samen badderen, alhoewel het jammer is dat de sexen in Korea strikt worden gescheiden dus als kerel krijg je alleen piemeltjes te zien (en kleine nog ook). De leeftijdsgrens om een jong meisje mee te nemen, legde men mij desgevraagd uit, ligt rond de vier jaar. Iedere keer dat ik nu met dochterlief naar de spa ga kan dus de laatste zijn, omdat ze de volgende keer meedogenloos wordt gesexualiseerd. In Korea is vooralsnog een pik gewoon een pik en een snee een snee, daar helpt geen postmoderne genderassertiviteit.

In zo’n spa is altijd een ligruimte, waar je op een matje kunt pitten in een soort grote gymzaal. Om vijf uur ‘s ochtends liggen er dan tientallen Koreaanse mannetjes en vrouwtjes te snurken. Miru wandelde er op haar tenen tussendoor als Florence Nightingale tussen de stervende soldaten in Scutari. Het was een prachtig gezicht, maar ik was doodmoe. We rekten ons verblijf in het badhuis tot een uur of negen en gingen naar het strand. We ontbeten, namen een bus naar downtown, liepen wat rond, bezochten een tempel, keerden terug naar het busstation – nauwelijks iets gedaan dus. Vanuit het perspectief van Miru was het spannend genoeg. Ze heeft een sneeuwschuiver gezien en riep “dat is een gekke auto!” Ze heeft op straat knalgele kaartjes verzameld met reclame en telefoonnummers erop. Ze heeft traditionele Koreaanse klederdracht in etalages zien staan en van die luchtpompfiguren voor een convenience store zien wapperen.

Waarom zou er ook van alles moeten gebeuren tijdens een weekenduitstapje? Er gebeurt al genoeg. Donald Trump, de pretvlek van het imploderende Amerika, wordt met de dag kinderachtiger en in Fukushima, hemelsbreed niet eens zo ver weg, is meer radioactiviteit gemeten dan ooit sinds de melt down in 2011: 530 Sievert per uur (gelukkig is de straling goed contained in de reactor). Het ijzersterke gedicht ‘plastic‘ heeft de Turing-gedichtenwedstrijd niet gewonnen.

Ik wens alle lezertjes een glansrijke week met meer ontroerende inzichten dan hoofdbrekens.

Geef een reactie