Cursus gedichten verbeteren #2

Welkom terug bij deze unieke cursus. U heeft de clichés van de vorige keer nog goed in gedachten?

  1. Beperk je onderwerp
  2. Wees bewust van wat je schrijft
  3. Durf te schrappen

Arjan merkte terecht op dat dit flutclichés zijn en we er beter aan doen te spreken van een enigmatische ‘aandacht’ tijdens het schrijven, waarnaar niet-ingewijden mogen raden. Ik stel voor dat we ons eerst vertrouwd maken met deze werkwijze (zoals een romanschrijver leert hoe ‘show don’t tell’ werkt alvorens dit principe in Roomsche volzinnen met voeten te treden).

Voor vandaag heb ik een gedicht uitgezocht dat het vers van vorige week naar de kroon steekt. Om het tenenkrullen te faciliteren adviseer ik u om sandalen aan te trekken.

Niets

Lanterfantend verjaar ik mij door de dagen,
sluip ik langs de contrabassen der onwederbrengelijkheid

ik versterf in de iele waarheid die tegen mijn aarding werkt,
sereen als de diepzee waar geen licht doordringt

maar er woont een gesel onder mijn kruin
die met het absurde dreigt dus ik denk:

niets is zo gezond
als een engelenkont

kom, ik leg een strop
om de morbide poëzie

want ik ben la sombra inmensa de mis lágrimas,
en hier zal ik heersen,

zie aleer ik dit al verruilen zal
voor schuim en as.

Het is een gedicht dat er met de pet naar gooit, “lanterfantend”. Het zegt iets in de trant van “ik zit lekker hier in mijn poëzie ten troon en heb schijt aan de sterfelijkheid”. De titel “Niets” slaat nergens op. De context van het gedicht, dat moet ik erbij vertellen, is een cyclus over reizen en het ruime sop (vandaar de lullige verwijzing naar Slauerhoff). Het moet die cyclus afsluiten, dus we verwachten een huiselijke titel, of iets Homerisch “ik ben thuis O Penelope / hoe was je vlucht? / nee ik ben komen lopen” of misschien kunnen we de titel weglaten.

Het nonchalante lanterfanten moet weg, en zich verjaren door de dagen? Iedere dag jarig, iedere dag feest? Of iedere dag bezig met ouder worden? De lezer moet gissen. Het openingsbeeld is erg zwak. Daar rond je geen cyclus over reizen mee af. Wat moeten we trouwens met de contrabassen (Breukers?) en dat lelijke Germanisme van de onwederbrengelijkheid? Als het een beeld is van een donkere jazzclub met een verlokkend contrabasritme, de metafoor van dienst voor vadertje Tijd, zeg dat dan. Terugkeer / Na vele jaren zo te leven…

Het motief van versterven klopt hier ook helemaal niet. Het gaat juist om  heersen  in een tekst. En daar ben je eeuwig, dus geen schuim en as. Werkt waarheid tegen onze aarding? Een simpele Nietzscheaanse gedachte die er aan de haren is bijgesleept. En de pikdonkere diepzee heeft niks te maken met heersen in onsterfelijk mismaakte poëzie. God wat is dit slecht, sta me toe dat ik een korte pauze inlas.

* * *

De meeste regels moeten in hun geheel op de schop. De engelenkont kan misschien blijven. Dat citaat van Lorca is uit zijn verband, en de auteur ogenschijnlijk van de pot, gerukt. We moeten het anders aanpakken. De dichter wil in zijn gedichten wonen, maar om het daar een beetje gezellig te maken moet hij de lezer wel iets te bieden hebben. Hij reist niet meer zelf maar hij wordt bereisd. Ik ben nu een land dat wordt bereisd klinkt veelbelovend. voor u lig ik hier open verwijst naar de papieren bundel, gladgestreken op de pagina van het gedicht Terugkeer (of een betere titel).

 

Houd die metafoor van de landgeworden dichter die zijn publiek aanspreekt (voor het eerst in die cyclus) vast. Het is niet uniek maar dat geeft niet, we schrijven allemaal in een cultuur waarin de uitwerking belangrijker is dan het idee. Anderzijds, forceer de metafoor niet. Er mogen best ogenschijnlijk willekeurige beelden worden gebruikt die op het eerste gezicht geen verband houden met het onderwerp. Dan heeft de lezer ook iets te doen. Onderschat de lezer niet, is nog zo’n cliché.

ik ben kerngezond en waar
vrij rond met het oog dat mijn regels streelt

Het enjambement met waar is leuk flauw: het rondwaren staat in een subjectieve spanning met de waarheid. Het gedicht is de waarheid niet, maar de lezer is veleid om dat te denken. Hier wordt het te droog filosofisch. Het gedicht heeft een mooi beeld nodig.

ik verleid je vanavond, want ik ben de tijd
die scheelt in jouw muziek

Muziek en de tijd (de ‘tijd’ (time signature) in muziek is ook de maat) verwijzen naar de vergankelijkheid. Wat scheelt eraan? Schelen – het verschil maken (het idioom is bewust ideosyncratisch omdat een pratend gedicht natuurlijk een excentriekeling is) De lezer wordt verleid door de onuitwijkbaarheid van de in het gedicht levende blaaskaak. Het mág dus wel iets luchtiger.

in deze regel-eeuwigheid leef ik,
kun je dat zo overleveren?

Het spreekt de lezer direct en megalomaan aan. Het lezer is tegelijk kind of ondergeschikte (‘kun je dat doorgeven’) en bouwer van een nieuwe mythe, stichter van een nieuwe overlevering. Bij nader inzicht past het echter niet in dit gedicht. Regel-eeuwigheid speelt met wettelijke regels en dus het fundamentele karakter van het schrift. Het is een voorgeschreven eeuwigheid. Het verbindingsstreepje is een Germanisme en ritmisch hulpmiddel.

het absurde dreigt. Daar moet je mee oppassen, zoals als het absurde expliciet maken. Dat is een handige truc voor satire van Aristophanes tot Woody Allen, maar wees op je hoede in de poëzie. Ik heers in dit al – already of het heelal? Het kerngezonde en het luchtige/speelse zijn tekort gekomen. Er moet nog iets voor het slotcouplet. zie, mijn troon – mijn al, mijn wezen, mijn verzet. Verzet tegen vergeten worden en een ‘verzetje’; vooruit, iets meer luchtigheid en niet vergeten dat de ‘ik’ een land is, anders raken we in de war.

Er moet nog heel wat aan veranderen om tot een gedicht te komen. Je kunt niet zomaar met wat theorie regel voor regel een goed gedicht maken. Maar we hebben niet heel veel tijd meer, dus gaan we direct naar het resultaat:

Terugkeer

ik heers hier, in deze regel-eeuwigheid
ik ben een land dat je bereist

ik verleid

Soms kun je een gedicht alleen maar verbeteren door een nieuw gedicht te schrijven, en dat gedicht is soms een stuk korter dan je had gewild. Het resultaat van vandaag is zeker niet ieders smaak. Oneindig veel beter dan wat er eerst stond maar oneindig keer nul is nog altijd nul. Ik hoop daarom dat een van de cursisten dit poeem het vuur aan de schenen legt. Commentaar is zoals altijd welkom!

Addendum

Op facebook vond er een uitgebreide discussie plaats met Arjan Simons over dit miniatuur. Voor cursisten die zich interesseren voor écht detailwerk is het aan te raden. De tweede regel bleek voor de vele ogen teveel een cliché. Misschien kan die worden geschrapt. We kwamen daar uiteindelijk tot de volgende conclusie:

ik heers hier, in deze regel-eeuwigheid
kom, dat je me bereist

ik verleid

 

Een reactie op “Cursus gedichten verbeteren #2

Geef een reactie